Bron: Hartmut Koelman
| |
LUAC is een van de
clubs die altijd al in de zomer naar het buitenland
getrokken zijn. Al het materiaal en het grootste deel van
de leden gaat dan mee (met gezinnen loopt dat gewoonlijk
op tot meer dan twintig man), en op die paar weken tijd
realiseren we zowat de helft van ons totaal aantal
jaarlijkse vlieguren. |
|
| 1970
|
Traditioneel, al
van in de tijd van de unitaire LUAC-ACUL vond het
zomerkamp plaats in Midden-Frankrijk, in Issoudun (LFEK). In de zeventiger jaren was alles nog niet
zo gecommercialiseerd als nu. Toen was de bar nog
zelfbediening en schreef je je consumpties in een groot
boek, op basis waarvan de afrekening werd gemaakt op het
einde van het kamp. De keerzijde van de medaille was de
ronduit triestige toestand van het sanitair op de
camping. Issoudun was ideaal om grote driehoeken te
vliegen en buiten te landen op de enorme velden. De anciens zullen zich zeker nog de
memorabele zomer van 1976 herinneren. Waterschaarste
alom, maar fantastisch voor de zweefvliegers. In die
jaren hadden de boeren er nog niet de gewoonte het stro
na de oogst te verzamelen. Ze staken het gewoon in brand,
tot groot plezier van de zweefvliegers. In zo'n
turbulente rookpluim kon je makkelijk als een raket
stijgen met 10-15 m/s: met een variometer geblokkeerd aan
de bovenste aanslag, en een hoogtemeter die als gek naar
omhoog draaide. Je moest wel de ventilatie en het
venstertje dicht houden, vanwege al het roet. En na de
landing was je een tijd lang zoet met het wassen van de
zwever. |
![]() De hangar van Issoudun. Of hoe krijg je zoveel mogelijk zweefvliegtuigen in een beperkte ruimte. Links op de voorgrond de Ka-6 (OO-ZBD) van de unitaire LUAC-ACUL. |
| 1978
|
Issoudun ligt een kleine 25 km ten oosten
van Chateauroux (LFLX), alwaar in 1978 de Wereldkampioenschappen
plaats vonden op het ogenblik dat LUAC in Issoudun zijn
zweefvliegkamp hield. Het kon je overkomen dat je na
ettelijke uren vlucht je zwever op 1500 m hoogte onder
een dikke cumulus "parkeerde" om rustig je
boterhammen en banaan te verorberen, maar plotseling
overvallen werd door een meute van wel vijftig zwevers
van de kampioenschappen, die alle regels van het "in
de zelfde richting cirkelen" in de wind sloegen.Maar het was niet allemaal rozegeur en
maneschijn (cumulus en zonneschijn?). Uiteindelijk lag
Issoudun nog niet zuidelijk genoeg, en het viel meer dan
eens voor dat je een week in de regen zat. Je had dan de
keuze tussen bronchitis opdoen in je vochtige tent, of de
hele dag gaan tafelvoetballen in de bar. |
Foto links: WK zweefvliegen 1978. Een lange
rij deelnemers wacht op de meer dan twee kilometer lange
startbaan. Enkele tientallen sleepvliegtuigen zorgen er
voor dat iedereen binnen de kortste tijd de lucht in
raakt. |
| 1982 |
Vanaf 1982 besloten
we om naar Vinon (LFNF) te gaan. Een ruim vliegveld in de Provence,
in een wat heuvelachtige omgeving, en de bergen liggen 40
km verderop achter het Plateau van Valensole. Ideaal voor
plattelandsvliegers om zich voorzichtig vertrouwd te
maken met bergvliegen, en toeristisch heel wat
aantrekkelijker voor de niet vliegende begeleid(st)ers. Foto rechts: met de OO-KUL
boven het hartje van de Provence. Links het Lac de
Ste-Croix aan de monding van de Grand Canyon du Verdon
(net niet in beeld); rechts het Plateau van Valensole. |
![]() |
| 1987
|
Van het een komt
het ander, en in het bijzonder werd de honger naar bergen
alsmaar groter. Vanaf 1987 dan maar naar Sisteron (LFNS).
Dit vliegveld combineert een ligging in een brede vallei
(goed voor beginners) met directe toegang tot de bergen.
Het enige nadeel is het druk verkeer op een relatief
smalle piste, die eindigt (of begint, al naargelang de
wind) aan een afgrond. Hier durfden we toch niet iedereen
te lossen. Foto
boven: met de Jeans Astir OO-KUL in de buurt van de
Cheval Blanc. |
![]() |
| 1992
|
Ondertussen rezen de
prijzen in Frankrijk de pan uit. Dat is niet zo erg voor
de solopiloten die toch weten dat elke sleep een
vluchtduur van ettelijke uren oplevert. Maar voor
opleiding is het bijna niet meer betaalbaar. We gingen op
zoek naar een alternatief, en na het vallen van het
IJzeren Gordijn bleek dit te liggen in Hongarije. Eerst
lieten we ons oog vallen op het vliegveld van Gyöngyös,
maar na een fact finding mission ter plaatse bleek dat
dit niet zo geschikt is: de piste is kuipvormig en de
lier is er te zwak om een Twin deftig omhoog te krijgen.
Uiteindelijk kwam ons eerste Hongaars opleidingskamp van
de grond in 1992, te Nyíregyháza (LHNY). Sindsdien
hebben we er elk jaar naar hartelust gelierd, en de
mensen van de lokale club zijn ondertussen vrienden
geworden. Ook in 1996 hielden we dit kamp, dat nu
"Memorial Camp Richard Vandeplas" heet. In 1994 zijn we er door het oog van de naald gekropen. Een "squall line" voor een onweerswolk blies er verschillende vliegtuigen en zwevers onderste boven (een Hongaarse IS-28B en Pirat), een deel van het dak van de hangar werd weggeblazen en een van onze leden verloor er zijn auto toen die verpletterd werd door een ontwortelde boom. Als bij wonder ontsnapte het LUAC materiaal deze "verrassingsaanval": een toestel was toevallig net afgebouwd, een ander was juist buiten het onweer overland aan het vliegen, en de Twin werd met man en macht in de gietende regen (hagel?) vast gehouden om te verhinderen dat ook dit toestel zou wegwaaien. Meer info en foto's op de website van onze
plaatselijke vriend Pishta. |
![]() Nyíregyháza control tower |
| 1996
|
Meestal was dat
opleidingskamp gescheiden van het kamp voor de
solopiloten in Frankrijk. Een paar keer hebben we het
laten samenvallen. Goed voor de sfeer op het kamp, goed
om mensen hun 50 km te laten doen, maar niet alle
solopiloten van LUAC stonden te drummen om jaar na jaar
de meteorologische en toeristische mogelijkheden in deze
noordoostelijke uithoek van Hongarije te exploiteren. We
bleven hunkeren naar het Zuiden. Na een mislukte poging
in 1994, hebben we het in juli 1996 dan toch gedaan: we
hebben onze horizon uitgebreid en zijn gaan zien wat Monflorite (LEHC) bij Huesca, aan de zuidflank van de
Pyreneeën te bieden heeft. Wat waren onze ervaringen? Een week goed
weer, en een week lang elke dag onweer (onze zwevers
konden in de hangar staan, en dat was zijn geld waard).
Voor ervaren (berg)vliegers geen probleem om de 20 km
verderop gelegen bergen te bereiken, maar beginnelingen
hebben het moeilijk in de smalle thermiek rond het
vliegveld. Over het vlakke land viel in juli niets aan
thermiek te rapen; vergeet overland vluchten naar het
zuiden. Leuk (maar niet zonder gevaar) is het
formatievliegen met de honderden arenden
(vleugelspanwijdte van meer dan 2 meter) boven het
vliegveld. We hadden het moeilijk met de Spaanse
etensuren (15-16 en 22-23 uur) en de siësta: tijdens de
week wordt er niet gesleept tussen 14:30 en 17:00 uur
(probleem voor lesvluchten en wie "afzuipt"
tijdens de siësta). In de weekends vliegt ook de lokale
club en is er permanent aktiviteit. Mooi zwembad en
simpele maar propere kamers; volpension mogelijk maar
verwacht geen culinaire hoogstandjes. Hoe meer Spaans je
kent, hoe beter; toeristisch interessante streek, maar je
moet er wel de nodige kilometers voor over hebben. |
![]() De Jeans Astir OO-KUL boven het vliegveld van Monflorite. Foto genomen naar het zuiden. Tien km meer naar het noorden beginnen de voorlopers van de Pyreneeën (de Sierra de Guara). |
| © 1996-2002 LEUVENSE
Universitaire AERO-CLUB, http://www.aeroclub.student.kuleuven.ac.be Revision date: dinsdag, 12 maart 2002 22:06 +0100. Send reactions to info@aeroclub.student.kuleuven.ac.be |